> For the complete documentation index, see [llms.txt](https://dienstverleningsplatform.gitbook.io/platform-generieke-dienstverlening-public/llms.txt). Markdown versions of documentation pages are available by appending `.md` to page URLs; this page is available as [Markdown](https://dienstverleningsplatform.gitbook.io/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/06-businessarchitectuur.md).

# 6. Businessarchitectuur

| **Compact:**                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     |
| ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- |
| Dit hoofdstuk verplaatst de aandacht van architectuur naar van “welke applicatie hebben we?” naar “welke dienstverlening willen we leveren?” De bestaande verkokering moet plaatsmaken voor samenhangende waardestromen en herbruikbare BusinessServices. Domain-Driven Design helpt om verantwoordelijkheden, domeinen en grenzen scherp te krijgen. De bedoeling is dat gemeenten niet voor ieder probleem opnieuw een maatwerkoplossing optuigen, maar eerst kijken wat al generiek kan. Dat vraagt overigens niet alleen nieuwe software, maar ook een andere manier van organiseren, sturen en samenwerken. |

## Inleiding

De businessarchitectuur beschrijft hoe het Platform Dienstverlening de gemeentelijke dienstverlening ondersteunt en welke businesscapabilities, bedrijfsfuncties en waardestromen daarbij centraal staan. TOGAF beschouwt de businessarchitectuur als de beschrijving van de organisatie, haar dienstverlening, processen en businesscapabilities. Voor gemeenten is dit op zeker niveau vastgelegd binnen de GEMMA-architectuur. In het onderdeel [Visie, principes, scope](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/05-visie-principes-scope.md#visie-principes-scope) is de scope van het Platform Dienstverlening daarom afgezet tegen de GEMMA-bedrijfsfuncties.

Deze businessarchitectuur richt zich op de gemeenschappelijke structuur van de dienstverlening: de generieke businesscapabilities, waardestromen en architectuurprincipes die voor alle gemeentelijke domeinen gelden. De verdere uitwerking naar concrete gemeentelijke processen, dienstverleningsconcepten en implementaties vindt plaats binnen project-, programma- of solutionarchitecturen. Daar worden de generieke platformvoorzieningen toegepast op specifieke vraagstukken en domeinen.

Om samenhang te waarborgen, geeft dit onderdeel wel richtlijnen en methodiek voor het modelleren de businessarchitectuur. Hierdoor ontstaan lokaal uitgewerkte architecturen die onderling consistent zijn en aansluiten op de Enterprisearchitectuur van het Platform Dienstverlening.

## Van verkokering naar samenhang

De huidige gemeentelijke informatievoorziening weerspiegelt de verkokerde inrichting van de overheid zoals beschreven. Historisch gegroeide afdelingen, beleidsdomeinen en verantwoordelijkheden zijn veelal één-op-één vertaald naar processen, applicaties en gegevensstructuren. Dit sluit aan bij [Conway's Law](https://en.wikipedia.org/wiki/Conway%27s_law), die stelt dat informatiesystemen de organisatiestructuur weerspiegelen waaruit zij zijn ontstaan. De werkelijkheid van inwoners en ondernemers speelt zich juist over deze organisatorische grenzen heen af.

Het Platform Dienstverlening biedt de mogelijkheid deze verkokering bewust te doorbreken. Organisatiegrenzen vormen niet langer het uitgangspunt voor de inrichting van de informatievoorziening. In plaats daarvan worden dienstverlening, gegevens en waardestromen expliciet ontworpen vanuit de maatschappelijke opgave en de behoeften van inwoners, ondernemers en uitvoerend professionals. De organisatiestructuur kan daarmee de uitvoering blijven ondersteunen, zonder de inrichting van de informatievoorziening te dicteren.

## Nieuwe mogelijkheden voor dienstverlening

Doordat gegevens, processen en applicaties van elkaar zijn ontkoppeld, ontstaat ruimte om dienstverlening fundamenteel anders te organiseren. Gegevens worden éénmaal vastgelegd en via gestandaardiseerde autorisatie beschikbaar gesteld aan processen, medewerkers en inwoners. Hierdoor ontstaat één gedeelde informatiebasis waarop verschillende vormen van dienstverlening kunnen voortbouwen.

Voor inwoners betekent dit dat gegevens niet steeds opnieuw hoeven te worden aangeleverd en dat dienstverlening samenhangend kan worden aangeboden, ongeacht de betrokken organisatieonderdelen. Voor uitvoerend professionals ontstaat een integraal en actueel beeld van de situatie, waardoor sneller en beter onderbouwde besluiten kunnen worden genomen.

Het Platform Dienstverlening ondersteunt verschillende, naast elkaar bestaande manieren van werken. Deze sluiten aan bij de ontwikkeling naar een responsieve, informatiegedreven overheid.

### Informatiegericht werken

Informatiegericht werken vormt het verbindende principe tussen alle werkvormen en sluit aan op het [Principe: Informatiegericht werken](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/05-visie-principes-scope.md#principe-informatiegericht-werken). Gegevens worden onafhankelijk van processen en applicaties beheerd en vormen de gedeelde basis voor dienstverlening, besluitvorming en samenwerking. Hierdoor kunnen verschillende manieren van werken naast elkaar bestaan, terwijl zij gebruikmaken van dezelfde informatievoorziening en gegevenslaag. Dit opent een scala aan mogelijkheden om de dienstverlening te verbeteren.

Binnen het kader van informatiegericht werken kunnen verschillende ‘manieren’ van werken onderscheiden:

* **Inwonergericht werken**
  * Inwonergericht werken richt dienstverlening in vanuit de leefwereld van inwoners en ondernemers. Gegevens worden éénmaal uitgevraagd en vervolgens hergebruikt. Uitvoerend professionals beschikken over een integraal beeld van de situatie, waardoor maatwerk mogelijk wordt en dienstverlening over organisatorische grenzen heen kan worden georganiseerd.
* **Objectgericht werken**
  * Objectgericht werken organiseert dienstverlening rondom objecten in de fysieke leefomgeving, zoals adressen, gebouwen en percelen. Gegevens over deze objecten vormen de basis voor processen, waardoor informatie duurzaam kan worden beheerd en eenvoudig tussen domeinen kan worden gedeeld.
* **Zaakgericht werken**
  * Zaakgericht werken is binnen gemeenten een breed toegepaste manier om dienstverlening gestructureerd uit te voeren, te volgen en te verantwoorden. Het Platform Dienstverlening ondersteunt deze werkwijze en versterkt deze door zaakgerichte processen te combineren met een informatiegerichte architectuur. De zaak blijft het procesmatige construct voor het uitvoeren en standaardiseren van een groot deel van de dienstverlening. Tegelijkertijd wordt onderkend dat een groot deel van de informatie waarmee gemeenten werken de grenzen van individuele zaken overstijgt en een eigen levenscyclus, context en betekenis heeft. Daarom worden gegevens, documenten, gebeurtenissen en andere informatieobjecten niet uitsluitend binnen een zaak beheerd, maar ondergebracht in zelfstandige registraties die ook buiten de context van één specifieke zaak kunnen worden gebruikt. Zaken verwijzen naar deze informatie en brengen deze samen in de context van een dienstverleningsproces.
  * Zaakgericht werken is niet het enige organiserende principe van de informatievoorziening, maar één van de manieren waarop dienstverlening kan worden gerealiseerd.

### Werken vanuit publieke waarde en waardestromen

De verschillende vormen van werken zijn geen doel op zichzelf. Het vertrekpunt van dienstverlening is de maatschappelijke behoefte van inwoners, ondernemers en de samenleving. Vanuit die behoefte wordt bepaald welke [publieke waarde](https://vng.nl/sites/default/files/documenten/werken-aan-de-publieke-waarde_20181015.pdf) moet worden gerealiseerd en welke dienstverlening daarvoor nodig is.

Een [waardestroom](https://begrippen.noraonline.nl/basisbegrippen/nl/page/waardestroom) beschrijft het geheel aan activiteiten, informatie, beslissingen en samenwerkingsrelaties dat leidt tot een maatschappelijk waardevol resultaat voor inwoners, ondernemers en de gemeente.

#### Wanneer is iets een waardestroom? Een proces of bundeling van diensten is een waardestroom als het voldoet aan de volgende voorwaarden:

* Het creëert waarde voor **een specifieke doelgroep**;
* Het bundelt meerdere producten en diensten in **een logische keten**;
* Het ondersteunt **een end-to-end klantreis**;
* Het vraagt samenwerking **tussen afdelingen en ketenpartners**;
* Het gebruikt **data en zaakgericht werken** voor betere dienstverlening;
* Het is toegankelijk via **meerdere kanalen** en houdt rekening met digitale toegankelijkheid;
* Het wordt continu **gemonitord en verbeterd** op basis van KPI’s en gebruikersfeedback;
* Het voldoet aan **wettelijke en ethische eisen.**

Binnen een waardestroom kunnen verschillende vormen van werken naast elkaar voorkomen. Sommige onderdelen lenen zich voor product- en zaakgerichte afhandeling, terwijl andere onderdelen vragen om integraal casusmanagement, projectmatige samenwerking of gegevensgestuurde opvolging van signalen. De informatievoorziening moet daarom ruimte bieden aan meerdere werkvormen binnen dezelfde waardestroom.

Deze benadering sluit aan op de gemeentelijke beweging naar publieke waarde en de door de VNG ontwikkelde [generieke klantroutes](https://vng.nl/sites/default/files/2025-09/klantroutes-dienstverlening-voor-gemeenten.pdf). De klantroutes beschrijven hoe inwoners en ondernemers dienstverlening ervaren vanuit hun eigen perspectief. Waardestromen vormen de organisatorische en informatiekundige inrichting waarmee deze klantreizen worden gerealiseerd. Het Platform Dienstverlening ondersteunt beide perspectieven: de beleving van de inwoner aan de buitenkant en de samenhangende uitvoering aan de binnenkant.

![](https://3165618758-files.gitbook.io/~/files/v0/b/gitbook-x-prod.appspot.com/o/spaces%2FyuowXXWf7qlEW57gL3V6%2Fuploads%2Fgit-blob-c63f6f1f9875236571d22a715db4f07161fd211a%2Fimage15.png?alt=media)

## Bedrijfsarchitectuur als schakel tussen platform, inwoner en organisatie

De bedrijfsarchitectuur vormt de eerste concrete uitwerking van de overkoepelende architectuurprincipes uit de visie. Waar deze principes richting geven aan de architectuur als geheel, beschrijft dit hoofdstuk hoe zij worden toegepast bij het ontwerpen van gemeentelijke dienstverlening.

In het bijzonder worden de volgende principes uitgewerkt:

* [**Principe: Architectuurgedreven vernieuwing**](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/05-visie-principes-scope.md#principe-architectuurgedreven-vernieuwing)**:** nieuwe dienstverlening wordt ontworpen vanuit de gewenste waardestroom, businesscapabilities en architectuur, niet vanuit bestaande applicaties.
* [**Principe: Expliciete bedrijfslogica**](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/05-visie-principes-scope.md#principe-expliciete-bedrijfslogica)**:** Bedrijfsprocessen, beslisregels en gegevens worden als afzonderlijke architectuurelementen gemodelleerd. Beslisregels worden waar mogelijk centraal beheerd en herbruikbaar vastgelegd, zodat zij consistent kunnen worden toegepast in meerdere processen, BusinessServices en kanalen.
* [**Principe: Generiek vóór specifiek**](https://dienstverleningsplatform.gitbook.io/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/pages/R1mCxTr6GFm8D5QTcp1X#principe-generiek-vóór-specifiek)**:** generieke BusinessServices, procesfragmenten en voorzieningen worden eerst hergebruikt voordat domeinspecifieke oplossingen worden ontwikkeld.
* [**Principe: Beleidsruimte als basis**](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/05-visie-principes-scope.md#principe-beleidsruimte-als-basis)**:** waar de gemeentelijke verantwoordelijkheid aantoonbaar lokale keuzes vraagt, moet de generieke functionaliteit die keuzes tijdig en uitvoerbaar kunnen ondersteunen.
* [**Principe: Hergebruik**](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/05-visie-principes-scope.md#principe-hergebruik)**:** zowel software, gegevens, procesinrichting als bedrijfslogica worden ontworpen voor meervoudig gebruik binnen verschillende processen, domeinen en gemeenten.

Het Platform Dienstverlening biedt de technische mogelijkheden om gemeentelijke dienstverlening fundamenteel anders in te richten. Centrale gegevensopslag, herbruikbare services, expliciete beslisregels en fijnmazige autorisatie maken het mogelijk om dienstverlening domeinoverstijgend te organiseren. Deze mogelijkheden leiden echter niet vanzelf tot betere dienstverlening. Zij vragen om een bedrijfsarchitectuur die de inrichting van processen, rollen en verantwoordelijkheden afstemt op de mogelijkheden van het platform.

Dit betekent onder meer dat:

* Processen worden ontworpen rondom gedeelde gegevens en dienstverlening, in plaats van rondom teams of applicaties;
* Verantwoordelijkheden verschuiven van eigenaarschap van systemen naar regie op gegevens, besluiten en dienstverlening;
* Samenwerking over domeinen heen de norm wordt, omdat dezelfde informatiebasis wordt gebruikt;
* Autorisatie wordt gebaseerd op de grondslag voor het gebruik van informatie en niet uitsluitend op de applicatie of de organisatorische rol of functie van een medewerker.

De bedrijfsarchitectuur vormt daarmee de verbinding tussen de informatiearchitectuur en de dagelijkse uitvoering. Zij vertaalt de mogelijkheden van het platform naar samenhangende dienstverlening, eenduidige verantwoordelijkheden en consistente werkprocessen.

### MijnServices

[MijnServices](https://vng.nl/MijnServices) is een initiatief binnen VNG dat zich richt op het ontwikkelen van herbruikbare servicedesigns. Een servicedesign ([voorbeeld](https://nl-design-system.github.io/mijn-services/?path=/story/mijn-profiel-1--default)) is de gestandaardiseerde beschrijving van de gewenste gebruikerservaring en interacties rondom een overheidsdienst. De bron voor de MijnServices is de implementatie van het Platform Dienstverlening in de Gemeente Den Haag. Dit is in een landelijk programma opgeschaald naar overheidsbrede servicedesigns.

Voorbeelden zijn MijnZaken, MijnTaken, MijnBerichten, MijnContactmomenten en MijnProfiel. Gezamenlijk bieden zij een consistente manier waarop inwoners hun zaken met de overheid kunnen regelen, ongeacht de onderliggende organisatie of het beleidsdomein.

MijnServices zijn nadrukkelijk ontwikkeld vanuit het perspectief van de inwoner. Zij standaardiseren de **buitenkant** van de dienstverlening: de manier waarop informatie wordt aangeboden, aanvragen worden ingediend en de voortgang van dienstverlening inzichtelijk wordt gemaakt. Daarmee leveren zij een belangrijke bijdrage aan één herkenbare digitale overheid.

Voor de bedrijfsarchitectuur zijn MijnServices echter niet voldoende. Zij beschrijven wat een inwoner ziet en ervaart, maar niet hoe de dienstverlening intern wordt georganiseerd en uitgevoerd. Aspecten zoals proceslogica, besluitvorming, taakverdeling, gegevensgebruik en samenwerking tussen medewerkers en domeinen vallen buiten de scope van MijnServices.

Om ook deze interne samenhang te kunnen modelleren introduceert het Platform Dienstverlening het concept **BusinessService**. Waar MijnServices de interactie met inwoners standaardiseren, structureren BusinessServices de uitvoering van het werk. Samen vormen zij de verbinding tussen de buitenwereld en de interne bedrijfsvoering.

![](https://3165618758-files.gitbook.io/~/files/v0/b/gitbook-x-prod.appspot.com/o/spaces%2FyuowXXWf7qlEW57gL3V6%2Fuploads%2Fgit-blob-83cec1c72dfedfe5a18c70d58b4c23f3b3b028b1%2Fimage16.png?alt=media)

### BusinessServices als ontwerpprincipe

Om samenhang tussen het interne proces en de presentatie ervan aan de inwoner te realiseren introduceert het Platform Dienstverlening het concept **BusinessService**. Een BusinessService vormt de herbruikbare functionele bouwsteen waaruit gemeentelijke dienstverlening wordt samengesteld. Het wordt hier met twee hoofdletters geschreven om het te onderscheiden van – bijvoorbeeld – het businessserviceconcept in Archimate. Het concept wordt verder concreet gemaakt in de bijlage [BusinessServices](#bijlage---businessservices).

Een BusinessService omvat een logisch samenhangend geheel van gegevens, beslisregels, proceslogica en interactie rondom één processtap. Zij verbindt de verschillende architectuurlagen: gegevens uit registraties, proces- en beslislogica, interactie met inwoners en medewerkers en de uiteindelijke vastlegging van resultaten

Op de interactielaag verzorgt zij bijvoorbeeld formulieren of klantinteractie, op de proceslaag workflow en beslislogica, op de servicelaag API's en validaties en op de gegevenslaag de consistente vastlegging in generieke registraties en domeinregistraties.

Hierdoor verschuift het ontwerp van de bedrijfsarchitectuur van end-to-end processen naar een verzameling herbruikbare bouwblokken die in verschillende processen kunnen worden toegepast. Processen worden niet langer volledig op maat ontworpen, maar samengesteld uit BusinessServices die ieder een duidelijke verantwoordelijkheid hebben.

Dit betekent onder andere dat:

* Processen worden samengesteld uit BusinessServices;
* Iedere BusinessService expliciet vastlegt welke gegevens worden gebruikt, gewijzigd en geregistreerd;
* Beslisregels, validaties en interacties éénmaal worden ingericht en vervolgens breed worden hergebruikt;
  * Beslisregels vormen een expliciet onderdeel van de dienstverlening en beschrijven hoe wetgeving en beleid worden toegepast. Door beslisregels los van processen vast te leggen, kunnen zij onafhankelijk worden beheerd, hergebruikt en gewijzigd;
* Dezelfde BusinessService in meerdere processen, domeinen en vormen van dienstverlening kan worden toegepast.

### BusinessServices als herbruikbare bouwstenen

BusinessServices zijn nadrukkelijk bedoeld als **herbruikbare bouwstenen**. Niet alleen de onderliggende softwarecomponenten worden gezamenlijk ontwikkeld, maar ook de inrichting daarvan. Gemeenten hoeven veel voorkomende dienstverleningsprocessen daardoor niet telkens opnieuw te ontwerpen.

Een BusinessService kan bestaan uit een combinatie van:

* Procesblauwdrukken (Process Blueprints);
* Herbruikbare bouwblokken, zoals formulieren, subprocessen, zaaktypen of configuraties;
* Beslisregels;
* Plugins voor generieke uitbreidingen en koppelingen;
* Document- en archiefconfiguraties.

Deze artefacten kunnen tussen gemeenten worden gedeeld via voorzieningen zoals **Samen Delen** en de **GZAC Exchange**. Gemeenten kunnen bestaande inrichting hergebruiken, lokaal configureren en waar nodig uitbreiden met eigen functionaliteit. Hierdoor ontstaat niet alleen hergebruik van software, maar ook van kennis, procesontwerpen en bewezen implementaties.

Hiermee krijgt het principe **Hergebruik** een bredere betekenis dan uitsluitend softwarehergebruik. Gemeenten delen niet alleen broncode, maar ook de inrichting van processen, formulieren, beslisregels, configuraties en businessservices. De bedrijfsarchitectuur ontwikkelt zich daardoor tot een gezamenlijke, levende bibliotheek van herbruikbare dienstverleningspatronen die continu wordt verbeterd op basis van implementaties in de praktijk.

## Instructie voor bedrijfsarchitectuur en realisatie

De bedrijfsarchitectuur vormt het vertrekpunt voor de verdere uitwerking van project- en solutionarchitecturen. Zij bepaalt de gewenste waardestroom, de BusinessServices en de samenhang tussen dienstverlening, processen en informatie. De onderliggende architectuurdomeinen – informatie-, applicatie- en technologiearchitectuur – werken deze keuzes vervolgens verder uit binnen hun eigen verantwoordelijkheidsgebied.

Voor de ontwikkeling van software betekent dit een andere manier van werken. De volgende ontwerpstappen gelden:

1. **Start bij de maatschappelijke opgave en de waardestroom**

   Beschrijf eerst welke publieke waarde moet worden geleverd, welke gebeurtenis of behoefte van een inwoner of ondernemer centraal staat en welke waardestroom daarbij hoort. Pas daarna worden processen, gegevens en software beschouwd.
2. **Bepaal de juiste architectuurscope**

   Project- en solutionarchitecturen worden vaak gestart vanuit een concrete vraag, zoals de vervanging van een applicatie of de verbetering van één bedrijfsproces. Deze afbakening is begrijpelijk vanuit projectsturing, maar vormt niet vanzelfsprekend de juiste architectuurscope.

   De architect onderzoekt daarom eerst de samenhang met de bredere dienstverlening. Dit vraagt om abstraheren en uitzoomen: welke waardestroom wordt ondersteund, welke andere processen, domeinen of organisatieonderdelen raken hetzelfde vraagstuk, en welke gegevens of BusinessServices worden gedeeld?

   Het doel is te voorkomen dat een lokaal vraagstuk leidt tot een lokale oplossing, terwijl een generieke voorziening of bredere architectuurkeuze leidt tot een betere dienstverlening voor de inwoner en meerwaarde biedt voor meerdere processen, domeinen of gemeenten.
3. **Onderzoek bestaande bouwstenen**

   Voordat nieuwe functionaliteit wordt ontworpen, wordt onderzocht welke voorzieningen reeds beschikbaar zijn binnen het Platform Dienstverlening en de bredere Common Ground-community. Dit onderzoek omvat meerdere niveaus van hergebruik:

* Bestaande BusinessServices;
* Procesblauwdrukken (Process Blueprints, MijnServices);
* Building Blocks, formulieren en subprocessen;
* Beslisregels;
* Plugins en generieke koppelingen;
* Bestaande gegevensmodellen en registraties.

4. **Modelleer de business**

   Vertaal de waardestroom naar samenhangende BusinessServices en bepaal welke verantwoordelijkheden, rollen en bedrijfsobjecten daarbij horen. Identificeer welke functionaliteit generiek is en welke domeinspecifiek blijft. BusinessServices vormen de logische bouwstenen waaruit processen worden samengesteld.
5. **Werk de architectuurdomeinen uit**

   De gekozen BusinessServices vormen vervolgens het uitgangspunt voor de verdere uitwerking binnen de overige architectuurdomeinen:

* Informatiearchitectuur: begrippen, informatiemodellen, registraties en gegevenskwaliteit. Dit is ook de fase waarin Duurzame Toegankelijkheid en Rapportage wordt voorbereid, ingericht en getoetst.
* Applicatiearchitectuur: procesinrichting, services, API's, formulieren, beslisregels en integraties.
* Technologiearchitectuur: infrastructuur, beveiliging, deployment en operationele voorzieningen.

  Hierdoor blijven alle architectuurdomeinen consistent met dezelfde bedrijfsarchitectuur en waardestroom.

6. **Ontwikkel iteratief**

   BusinessServices worden iteratief ontwikkeld, toegepast en verbeterd op basis van praktijkervaring. Implementaties leveren nieuwe inzichten op die kunnen leiden tot verbeteringen van de businessarchitectuur, waarna deze opnieuw beschikbaar worden gesteld aan de community. Zo ontstaat een levende referentiearchitectuur die zich continu ontwikkelt.

   ![](https://3165618758-files.gitbook.io/~/files/v0/b/gitbook-x-prod.appspot.com/o/spaces%2FyuowXXWf7qlEW57gL3V6%2Fuploads%2Fgit-blob-dd09339ab3342215bb9dfb085d388723ed0878ec%2Fimage17.png?alt=media)

## Domain-Driven Design als ontwerppraktijk

[*Domain-Driven Design*](https://www.bol.com/nl/nl/f/domain-driven-design/9200000002151217/) *(DDD)* vormt binnen het Platform Dienstverlening de **voorkeursontwerppraktijk** voor het toepassen van het architectuurprincipe **Architectuurgedreven vernieuwing (4.4.1)**. Waar het architectuurprincipe richting geeft aan het *wat*, biedt DDD de methodiek voor het *hoe*: het identificeren, afbakenen en ontwerpen van BusinessServices vanuit de werkelijkheid van het domein.

DDD wordt niet alleen gebruikt om grenzen tussen services te ontdekken, maar ook om onderscheid te maken tussen generieke, domeinoverstijgende concepten en domeinspecifieke verantwoordelijkheden. Dit voorkomt dat ieder domein eigen varianten van dezelfde dienstverleningsconcepten introduceert en bevordert hergebruik, interoperabiliteit en een consistente gebruikerservaring binnen het platform.

Het dienstverleningsdomein, met concepten zoals **klant**, **zaak**, **taak** **en** **bericht**, vormt zo'n metadomein. Deze concepten behoren niet tot één specifiek beleids- of uitvoeringsdomein, maar ondersteunen dienstverlening in brede zin.

De afbakening van deze metadomeinen geldt als uitgangspunt voor de inrichting van het platform. Binnen die kaders behouden domeinspecifieke implementaties de vrijheid om eigen bounded contexts, domeinmodellen en bedrijfsobjecten te definiëren die aansluiten bij de behoeften van het betreffende vakgebied.

Centraal daarin staat het ontwikkelen van een **gedeelde taal (ubiquitous language)** tussen beleid, uitvoering en IT. Dit sluit direct aan op het uitgangspunt van Common Ground: dat feiten, begrippen en beslissingen eenduidig en herleidbaar moeten zijn. Door deze gedeelde taal te hanteren in zowel processen, gegevensmodellen als services, ontstaat consistentie over de gehele keten.

DDD helpt om BusinessServices op een natuurlijke en samenhangende manier te identificeren en af te bakenen. Door het domein op te delen in *bounded contexts* wordt duidelijk:

* Welke concepten bij elkaar horen,
* Waar verantwoordelijkheden liggen, en
* Waar logische grenzen tussen services moeten worden getrokken.

Deze afbakening voorkomt dat services te groot, te klein of te afhankelijk worden. Het ondersteunt daarmee direct de principes uit de BusinessService-benadering, zoals cohesie, herbruikbaarheid en duidelijke verantwoordelijkheid.

![](https://3165618758-files.gitbook.io/~/files/v0/b/gitbook-x-prod.appspot.com/o/spaces%2FyuowXXWf7qlEW57gL3V6%2Fuploads%2Fgit-blob-4bf3384d5644cbfef29bf3df5de1c285ac1f6e51%2Fimage18.png?alt=media)

## Implicaties voor de bestaande organisatie

De invoering van Common Ground en het Platform Dienstverlening betekent meer dan een verandering van de technische architectuur. Het introduceert een andere manier van kijken naar gemeentelijke dienstverlening, waarbij publieke waarde, generieke BusinessServices en intergemeentelijke samenwerking het uitgangspunt vormen. Dit heeft gevolgen voor de manier waarop beleid, architectuur, analyse, ontwikkeling, beheer en governance worden ingericht.

De volledige organisatorische en bestuurlijke impact van deze transitie valt buiten de scope van deze architectuur. Dit hoofdstuk schetst daarom uitsluitend de belangrijkste implicaties op hoofdlijnen voor de rollen en verantwoordelijkheden die direct raken aan de ontwikkeling, realisatie en het beheer van het Platform Dienstverlening. De verdere organisatorische inrichting, governance en veranderkundige implementatie vragen om een afzonderlijke uitwerking.

### Directie, proceseigenaren en opdrachtgevers

De invoering van een platformbenadering verandert ook de wijze waarop gemeenten investeren in digitalisering. Waar de nadruk traditioneel ligt op het selecteren, aanbesteden en implementeren van afzonderlijke applicaties, verschuift de aandacht naar de gezamenlijke ontwikkeling en doorontwikkeling van generieke functionaliteit.

Voor directeuren, proceseigenaren en andere opdrachtgevers betekent dit dat zij:

* Ontwikkelingen primair beoordelen vanuit de bijdrage aan de gezamenlijke dienstverlening;
* Vaker investeren in gezamenlijke ontwikkeling met andere gemeenten dan in individuele aanbestedingen;
* Hergebruik en standaardisatie meewegen als volwaardig onderdeel van businesscases;
* Gezamenlijk prioriteiten stellen voor de doorontwikkeling van het platform.

Hierdoor verschuift de focus van het verwerven van software naar het gezamenlijk ontwikkelen en beheren van publieke digitale voorzieningen.

### Concern- en thema-architecturen

Deze werkwijze heeft ook consequenties voor gemeentelijke thema- en concernarchitecturen. Deze zijn van nature domeinoverstijgend, maar binnen Common Ground gaan ze niet langer primair over applicaties of systemen, maar over registraties, bedrijfsobjecten en gegevensstromen.

Dit betekent bijvoorbeeld dat eisen aan autorisatie, metadata, logging, auditing, archivering of datakwaliteit niet op applicatieniveau worden uitgewerkt, maar moeten aansluiten op een landschap waarin gegevens en functionaliteit verdeeld zijn over meerdere samenwerkende services.

### Project- en solutionarchitecten

Voor project- en solutionarchitecten verschuift de focus van applicatiegericht ontwerpen naar bedrijfsarchitectuur als vertrekpunt. Nieuwe initiatieven worden niet langer primair afgebakend vanuit een project, applicatie of organisatorisch domein, maar vanuit de onderliggende waardestroom en de BusinessServices die daarvoor nodig zijn.

Dit betekent dat architecten:

* Nieuwe vraagstukken eerst toetsen aan de bestaande bedrijfsarchitectuur;
* Actief zoeken naar bestaande BusinessServices en andere herbruikbare bouwstenen;
* De architectuurscope verbreden wanneer meerdere processen of domeinen hetzelfde vraagstuk raken;
* Alleen nieuwe functionaliteit ontwerpen wanneer bestaande voorzieningen aantoonbaar onvoldoende aansluiten.

Hierdoor verschuift de rol van projectarchitect van het ontwerpen van individuele oplossingen naar het bewaken van samenhang binnen het platform.

### Informatiebeveiliging en privacy

Ook de rol van informatiebeveiligings- en privacyfunctionarissen verandert. Doordat generieke platformvoorzieningen centraal worden ontwikkeld en beheerd, kunnen beveiligings- en privacymaatregelen steeds vaker platformbreed worden ingericht en beoordeeld.

Voor privacy officers en informatieadviseurs betekent dit dat de aandacht verschuift van het afzonderlijk toetsen van iedere applicatie naar het beoordelen en bewaken van de generieke platformvoorzieningen en de daarop gebaseerde architectuur.

Nieuwe oplossingen hoeven daardoor niet telkens opnieuw volledig op dezelfde generieke aspecten te worden beoordeeld, maar kunnen voortbouwen op reeds gevalideerde voorzieningen voor bijvoorbeeld authenticatie, autorisatie, logging, auditing, gegevensuitwisseling en beveiliging. Hierdoor ontstaat meer uniformiteit, neemt de kwaliteit van de toetsing toe en wordt dubbel werk voorkomen.

### Businessanalisten

Ook voor businessanalisten verandert de manier van analyseren. De nadruk verschuift van het beschrijven van bestaande processen naar het modelleren van de onderliggende dienstverlening.

Businessanalisten richten zich daarom nadrukkelijk op:

* Het identificeren van de maatschappelijke opgave en de gewenste waardestroom;
* Het ontwikkelen van een gedeelde taal tussen beleid, uitvoering en IT;
* Het identificeren van BusinessServices en bedrijfsobjecten;
* Het identificeren van beslisregels: beslisregels vormen een expliciet onderdeel van de dienstverlening en beschrijven hoe wetgeving en beleid worden toegepast;
* Het onderscheiden van generieke en domeinspecifieke functionaliteit;
* Het modelleren van processen als samenstelling van bestaande BusinessServices.

Hierdoor ontstaat een stabielere bedrijfsarchitectuur die minder afhankelijk is van de inrichting van individuele applicaties.

### Functioneel en technisch beheer

Ook de inrichting van beheer verandert. Binnen een componentgebaseerde architectuur verschuift het beheer van complete applicaties naar het beheren van platformvoorzieningen, generieke services en configuraties.

Dit betekent onder meer dat:

* Functioneel beheer zich meer richt op de inrichting van generieke voorzieningen, formulieren, beslisregels, procesmodellen en configuraties dan op afzonderlijke applicaties;
* Technisch beheer zich ontwikkelt van applicatiebeheer naar platformbeheer, waarbij aandacht verschuift naar generieke infrastructuur, deployment, monitoring, beveiliging en beschikbaarheid van platformdiensten;
* Wijzigingen vaker plaatsvinden binnen gedeelde voorzieningen en daardoor een bredere impact kunnen hebben;
* Samenwerking tussen beheerteams belangrijker wordt, omdat meerdere gemeenten en meerdere BusinessServices gebruikmaken van dezelfde platformcomponenten.

Hierdoor verschuift het beheer geleidelijk van een applicatiegerichte naar een servicegerichte organisatie.

### Ontwikkeling van gemeentelijke IV-organisaties

Op langere termijn ondersteunt de platformarchitectuur ook een andere inrichting van de gemeentelijke IV-organisatie. Doordat gemeenten steeds vaker gebruikmaken van dezelfde architectuur, standaarden en platformvoorzieningen, ontstaat een meer uniforme manier van ontwikkelen, beheren en doorontwikkelen.

Hierdoor wordt het eenvoudiger om kennis, software en capaciteit tussen gemeenten uit te wisselen. Ontwikkelaars, architecten, beheerders en andere IV-professionals kunnen gemakkelijker samenwerken aan dezelfde voorzieningen en hun expertise breder inzetten. Dit vergroot niet alleen de continuïteit van het platform, maar draagt ook bij aan een efficiënter gebruik van schaarse IV-capaciteit binnen de gemeentelijke sector.

### Doorontwikkeling van de governance

De ontwikkeling van het Platform Dienstverlening vindt plaats binnen een groeiend samenwerkingsverband van gemeenten. Daarbij wordt toegewerkt naar een meer landelijke inrichting van ontwikkeling, beheer en governance.

De inrichting van een structurele landelijke beheerorganisatie maakt onderdeel uit van de roadmap. De exacte invulling hiervan is nog onderwerp van verdere uitwerking. Gemeenten doen er daarom goed aan om bij nieuwe ontwikkelingen rekening te houden met toekomstige landelijke samenwerking, bijvoorbeeld door gebruik te maken van open standaarden, generieke voorzieningen en gezamenlijke ontwikkelprocessen.

Tegelijkertijd is terughoudendheid gewenst om vooruit te lopen op governancekeuzes die nog niet zijn gemaakt. De huidige architectuur is daarom zo ingericht dat zij zowel binnen de bestaande G4-samenwerking als binnen een toekomstige landelijke beheerorganisatie toepasbaar blijft. Hierdoor kan de governance zich geleidelijk ontwikkelen zonder dat fundamentele architectuurkeuzes opnieuw hoeven te worden gemaakt.
