> For the complete documentation index, see [llms.txt](https://dienstverleningsplatform.gitbook.io/platform-generieke-dienstverlening-public/llms.txt). Markdown versions of documentation pages are available by appending `.md` to page URLs; this page is available as [Markdown](https://dienstverleningsplatform.gitbook.io/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/07-informatie-en-data-architectuur.md).

# 7. Informatie- en data-architectuur

| **Compact:**                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  |
| ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- |
| Dit hoofdstuk beschrijft hoe informatie wordt georganiseerd vanuit de werkelijkheid die de gemeente wil registreren, met duidelijke domeinen en gestandaardiseerde ontsluiting vanuit aangewezen bronnen. Informatie moet vindbaar, beschikbaar, leesbaar, interpreteerbaar, betrouwbaar en toekomstbestendig zijn. Een bron is daarbij niet alleen een plek waar data staat, maar heeft een duidelijke verantwoordelijkheid voor de inhoud, kwaliteit, betekenis en levenscyclus van de gegevens. Gegevens worden via gestandaardiseerde diensten ontsloten. |

## Inleiding

De informatie- en dataarchitectuur beschrijft hoe gegevens binnen het Platform Dienstverlening worden georganiseerd, beheerd en beschikbaar gesteld. Binnen TOGAF vormt dit de brug tussen de bedrijfsarchitectuur en de applicatiearchitectuur. Zij vertaalt de informatiebehoefte vanuit de dienstverlening naar een samenhangende inrichting van begrippen, gegevensmodellen, registraties en gegevensuitwisseling.

Dit onderdeel beschrijft deze architectuur op hoofdlijnen. Net als bij de bedrijfsarchitectuur worden niet alle gemeentelijke gegevensmodellen uitgewerkt. In plaats daarvan worden de generieke uitgangspunten, ontwerpprincipes en methodiek beschreven waarmee project- en solutionarchitecturen consistente informatie- en data-architecturen kunnen ontwikkelen die aansluiten op het Platform Dienstverlening.

Dit onderdeel beschrijft ook niet de volledige inrichting van datamanagement, informatiebeheer of recordmanagement. Daarvoor bestaan bestaande kaders zoals de Archiefwet, DUTO, NORA, GEMMA, de Selectielijst gemeenten en gemeentelijk informatiebeheerbeleid. Dit hoofdstuk beschrijft uitsluitend de architectuurprincipes en ontwerpimplicaties die volgen uit een architectuur waarin informatie verdeeld is over zelfstandige registraties en services.

## Informatiegericht werken

Volgens de visie wordt de informatiearchitectuur niet primair opgebouwd vanuit applicaties of processen, maar vanuit de werkelijkheid die gemeenten administreren. Personen, organisaties, producten, zaken, besluiten, objecten en andere bedrijfsobjecten worden als bedrijfsobjecten gemodelleerd die op zichzelf een domein vormen, en vervolgens via gestandaardiseerde services beschikbaar gesteld aan BusinessServices, MijnServices en andere toepassingen. Dit volgt het principe:

> [**Principe: Informatiegericht werken**](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/05-visie-principes-scope.md#principe-informatiegericht-werken)**:** Informatie vormt het verbindende element tussen dienstverlening, processen, applicaties en organisatie. Gegevens worden onafhankelijk van individuele processen en applicaties beheerd, zodat zij meervoudig kunnen worden gebruikt voor uitvoering, dienstverlening en besluitvorming.

Hierin zijn de volgende begrippen relevant:

* **Informatie** is de betekenis die mensen aan gegevens geven binnen een bepaalde context. Om deze betekenis eenduidig vast te leggen, wordt gebruikgemaakt van begrippen, definities en informatiemodellen. Hierbij vormt het datamodel ([MIM](https://docs.geostandaarden.nl/mim/mim/)) de richtlijn voor het vastleggen van de structuur van gegevens, terwijl het begrippenkader ([NL-SBB](https://docs.geostandaarden.nl/nl-sbb/nl-sbb/)) de betekenis van deze gegevens vastlegt.
* **Data (gegevens)** is de concrete vastlegging van waarnemingen of beweringen over objecten. Binnen het Platform Dienstverlening betreft dit de opslag, het beheer en de uitwisseling van gegevens via registraties en gestandaardiseerde dataservices. Gegevens vormen de basis waaruit informatie kan worden afgeleid.

**Applicaties** zijn softwarecomponenten die gegevens verwerken en functionaliteit aanbieden ter ondersteuning van bedrijfsprocessen en dienstverlening. Dit onderscheid zorgt ervoor dat:

* Betekenis (informatie) niet afhankelijk is van technische implementatie (applicatie)
* Gegevens consistent en herbruikbaar kunnen worden toegepast over verschillende processen en systemen
* Wijzigingen in één laag (bijvoorbeeld applicaties) beperkt effect hebben op andere lagen
* Een gemeenschappelijk begrip ontstaat tussen verschillende stakeholders en rollen, zoals business, architectuur en development, doordat zij vanuit dezelfde begrippen en modellen werken

## Expliciete bedrijfslogica

De informatiearchitectuur geeft ook uitdrukking aan het [**Principe: Expliciete bedrijfslogica**](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/05-visie-principes-scope.md#principe-expliciete-bedrijfslogica): Bedrijfslogica wordt expliciet gemodelleerd en losgekoppeld van processen, gegevens en softwarecomponenten. Regels die voortkomen uit wetgeving, beleid of gemeentelijke afspraken worden éénmalig vastgelegd, centraal beheerd en meervoudig toegepast.

Beslisregels vormen een zelfstandig bedrijfsobject binnen deze architectuur. Zij beschrijven de formele vertaling van wet- en regelgeving of beleid naar uitvoerbare logica. Beslisregels kennen een eigen levenscyclus, versiebeheer, geldigheidsperiode en metadata. Dat heeft de volgende implicaties:

* Beslisregels vormen een expliciet onderdeel van de dienstverlening en beschrijven hoe wetgeving en beleid worden toegepast.
* Beslisregels zijn versieerbaar en historisch reproduceerbaar.
* Beslisregels zijn begrijpelijk voor beleidsmedewerkers, juristen en uitvoerende professionals.

## Data-autonomie

Autonomie wordt door [DICTU](https://www.dictu.nl/sites/default/files/bestanden/website/DICTU%20Toetsingsinstrument%20Soevereiniteit%20Clouddiensten%20v1.0.1.pdf) gedefinieerd als de combinatie van zelfbeschikking en onafhankelijkheid. Voor data-autonomie betekent dit dat zowel gemeenten als inwoners zeggenschap behouden over hun gegevens en kunnen bepalen hoe deze worden vastgelegd, gebruikt, gedeeld en beheerd. Dit is vastgelegd in **het** [**Principe: Data-autonomie**](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/05-visie-principes-scope.md#principe-data-autonomie), en dit wordt hier uitgewerkt.

Data-autonomie kent drie samenhangende aspecten:

* **Zelfbeschikking**\
  Zowel gemeenten als inwoners behouden invloed op het gebruik van gegevens binnen de kaders van wet- en regelgeving. Inwoners kunnen inzicht krijgen in het gebruik van hun gegevens en waar mogelijk invloed uitoefenen op de inhoud en de wijze waarop gegevens worden verwerkt.
* **Duurzame zeggenschap**\
  Gemeenten behouden duurzame zeggenschap over hun gegevens. Zij bepalen hoe gegevens worden vastgelegd, gebruikt, gedeeld en beheerd, ook wanneer de technische uitvoering door leveranciers of andere partijen wordt verzorgd. Regie gaat daarmee verder dan eigenaarschap of beheer; het betreft het vermogen om richting te geven aan de gehele levenscyclus van gegevens.
* **Onafhankelijkheid**\
  Gegevens blijven beschikbaar, overdraagbaar en toegankelijk, onafhankelijk van een specifieke leverancier, applicatie of technische implementatie.

  Deze aspecten kennen zowel een dimensie van **weerbaarheid** als van **regie**. Enerzijds betekent data-autonomie dat gemeenten en inwoners beschermd zijn tegen ongewenste afhankelijkheden van leveranciers, technologie of organisaties. Anderzijds betekent data-autonomie dat gemeenten daadwerkelijk in staat zijn om zélf richting te geven aan hun informatievoorziening: door afspraken te maken over gegevens, standaarden en architectuur en deze gezamenlijk te ontwikkelen en toe te passen. Autonomie is daarmee niet alleen een vorm van onafhankelijkheid, maar ook een de kracht om dienstverlening en informatievoorziening actief te kunnen sturen.

Om deze autonomie daadwerkelijk te kunnen realiseren, zijn op verschillende niveaus architectuurkeuzes en standaarden noodzakelijk. Binnen het Platform Dienstverlening krijgt data-autonomie daarom invulling op de volgende niveaus:

* **Semantisch niveau** (standaardisatie van betekenis)
  * Bijvoorbeeld: begrippen als “zaak”, “verzoek” of “bericht” hebben een eenduidige definitie en worden overal op dezelfde manier geïnterpreteerd, ongeacht welk systeem of domein deze gebruikt.
* **Logisch en functioneel niveau** (inrichting van dataservices en registraties)
  * Bijvoorbeeld: gegevens over zaken of klanten worden niet in meerdere applicaties opgeslagen, maar centraal ontsloten via registraties en API’s, zodat verschillende processen dezelfde bron gebruiken.
* **Technisch en infrastructureel niveau** (hosting en beheer van componenten)
  * Bijvoorbeeld: de gemeente heeft regie over waar en hoe data en services draaien, door gebruik te maken van open en overdraagbare infrastructuur. Denk hierbij aan inzet van Kubernetes en open-source beheertools. Hierdoor kunnen componenten relatief eenvoudig worden verplaatst tussen omgevingen of leveranciers
  * Dit maakt het mogelijk om bewust om te gaan met het gebruik van cloudleveranciers en waar nodig onafhankelijk te blijven van (niet-Europese) hyperscalers, of deze gecontroleerd en uitwisselbaar in te zetten.

#### Eigenaarschap

Hoewel vaak wordt gesproken over "data van de gemeente", wordt daarmee geen goederenrechtelijk eigendom bedoeld. Naar [Nederlands recht](https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2540\&showbutton=true\&keyword=ECLI%253aNL%253aRBAMS%253a2023%253a2540\&idx=1) zijn digitale gegevens in beginsel geen zaken in de zin van het Burgerlijk Wetboek en kunnen zij daarom niet als zodanig in eigendom toebehoren. Rechten, plichten en bevoegdheden ten aanzien van gegevens vloeien voort uit wet- en regelgeving, contractuele afspraken en de verantwoordelijkheid die organisaties hebben als bronhouder, verwerkingsverantwoordelijke of beheerder. De term *eigenaarschap* moet daarom worden gebruikt in de betekenis van bestuurlijke en organisatorische verantwoordelijkheid, niet als civielrechtelijk eigendom. Dit volgt [GIBIT Artikel 21](https://vng.nl/sites/default/files/2026-03/gibit-2025-artikelen.pdf) (‘Intellectueel eigendom’).

### Implicaties voor de architectuur

In de huidige situatie ligt de regie over gegevens vaak impliciet bij leveranciers, doordat gegevens en functionaliteit zijn opgesloten in afzonderlijke applicaties en ontsluiting of migratie beperkt mogelijk is. Daarnaast voeren gemeenten beperkt regie op de inrichting en het beheer van gegevens.

Dit verandert in deze architectuur en data-autonomie wordt gerealiseerd langs de volgende samenhangende dimensies:

* **Gestandaardiseerde semantiek**

  Gegevens worden gemodelleerd volgens gemeenschappelijke begrippen, definities en informatiemodellen.
* **Brongericht gegevensbeheer**

  Gegevens worden beheerd bij de aangewezen bron of de daarvoor bestemde registratie. Duplicatie wordt voorkomen.
* **Gestandaardiseerde gegevensuitwisseling**

  Gegevens worden ontsloten via open API's, events en andere interoperabele mechanismen.
* **Portabiliteit**

  Gegevens zijn beschikbaar in open, gedocumenteerde formaten en kunnen onafhankelijk van leveranciers worden geëxporteerd, gemigreerd en hergebruikt.
* **Transparantie en controleerbaarheid**

  Gegevensgebruik is inzichtelijk en herleidbaar door logging, auditing en metadata.
* **Governance en contractuele borging**

  Governance en contractuele afspraken waarborgen dat gemeenten blijvend regie houden over gegevens, standaarden, interfaces en overdraagbaarheid.

### Uitwerking voor registraties en dataservices

De bovenstaande uitgangspunten leiden tot de volgende architectuureisen voor registraties en dataservices:

* Iedere registratie heeft een expliciet aangewezen bronhouder;
* Iedere registratie vormt de autoritatieve bron voor de gegevens waarvoor zij verantwoordelijk is;
* Gegevens worden vastgelegd conform het gemeentelijke begrippenkader en informatiemodel;
* Registraties zijn onafhankelijk van proceslogica en kunnen door meerdere BusinessServices worden gebruikt;
* Gegevens worden uitsluitend ontsloten via gestandaardiseerde dataservices;
* Dataservices valideren, autoriseren en registreren iedere mutatie;
* Registraties ondersteunen versiebeheer, logging en volledige herleidbaarheid;
* Registraties voldoen aan de generieke platformvoorzieningen voor authenticatie, autorisatie, logging en beveiliging;
* Gegevens blijven overdraagbaar en leverancier-onafhankelijk.

Bovenstaande wordt verder uitgewerkt in het onderdeel Architectuur van API’s en registraties.

### Borging buiten de architectuur

Architectuur alleen is onvoldoende om data-autonomie te realiseren. Een belangrijk deel wordt organisatorisch en juridisch geborgd.

Daaronder vallen onder andere:

* Aanwijzing van bronhouders, data-eigenaren en gegevensbeheerders;
* Afspraken over gegevenskwaliteit en gegevensbeheer;
* Classificatie van gegevens en privacybeleid;
* Autorisatiebeleid en wettelijke grondslagen voor gegevensgebruik;
* Bewaartermijnen, archivering en vernietiging;
* Contractuele afspraken over Open Source, overdraagbaarheid, continuïteit en exit;
* Toezicht, auditing en periodieke evaluatie.

## Data bij de bron

Het [**Principe: Data bij de bron**](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/05-visie-principes-scope.md#principe-data-bij-de-bron) is een fundamenteel uitgangspunt van zowel Common Ground als de overheidsbrede [Domeinarchitectuur Gegevensuitwisseling](https://www.noraonline.nl/wiki/Domeinarchitectuur_Gegevensuitwisseling). Gegevens worden beheerd door de (door de bronhouder) daarvoor aangewezen bron en vanuit een (eveneens door de bronhouder aangewezen) bron beschikbaar gesteld aan afnemers. Processen, BusinessServices en applicaties gebruiken deze gegevens, maar worden daarvan geen eigenaar. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan architectuurprincipe 4.4.8 – Data bij de bron.

> **Principe: Data bij de bron:** Gegevens worden beheerd door de daarvoor aangewezen bronhouder en worden vanuit die bron beschikbaar gesteld. Processen en proces-services/applicaties gebruiken gegevens, maar zijn daarvan geen eigenaar.

### De bron

Binnen deze architectuur wordt onder een **bron** verstaan:

*De registratie of gegevensdienst die door de bronhouder als leidende voorziening is aangewezen voor het beschikbaar stellen van een bepaald type gegevens.*

Deze definitie sluit aan bij de Domeinarchitectuur Gegevensuitwisseling, waarin het onderscheid wordt gemaakt tussen het beheren van gegevens (bronhouder) en het beschikbaar stellen daarvan (aanbieder). Beide rollen kunnen door dezelfde organisatie worden ingevuld, maar hoeven dat niet te zijn.

### Rollen en verantwoordelijkheden

Binnen deze architectuur wordt aangesloten bij de terminologie uit de Domeinarchitectuur Gegevensuitwisseling, waarin de rollen bronhouder, aanbieder en afnemer centraal staan. Deze rollen beschrijven de verantwoordelijkheden voor het beheren en beschikbaar stellen van gegevens binnen een gegevensuitwisseling.

Binnen Data Governance wordt vaak gesproken over een data-eigenaar. Deze rol heeft een bredere organisatorische verantwoordelijkheid voor de kwaliteit, het gebruik en de governance van een gegevensdomein. In veel gevallen zal de data-eigenaar tevens optreden als bronhouder, maar beide begrippen zijn niet volledig uitwisselbaar:

* Data-eigenaar beschrijft de persoon binnen de organisatie die eindverantwoordelijk is voor de definitie, kwaliteit, waarde en het correct beschikbaar stellen van een specifieke dataset of data-domein ([DAMA](https://dama-nl.org/wp-content/uploads/2022/09/Two-pager-Data-Governance-2-DAMA-NL.pdf))
* [Bronhouder](https://www.noraonline.nl/wiki/Rollen_Domeinarchitectuur_Gegevensuitwisseling) beschrijft een [rol](https://github.com/ivorstenbosch-maker/EnterpriseArchitectuurCG/tree/main/07-informatie-en-data-architectuur/javascript:void\(0\);/README.md) van een partij die verantwoordelijk is voor de inhoud en kwaliteit van een registratie die als bron is aangewezen.

In deze Enterprise Architectuur wordt het begrip bronhouder gebruikt, omdat dit aansluit bij de landelijke terminologie rond gegevensuitwisseling. Gemeenten kunnen deze rol intern beleggen bij de data-eigenaar of een andere daarvoor aangewezen functionaris.

### Toepassing binnen Platform Dienstverlening

Binnen het Platform Dienstverlening worden verschillende typen bronnen onderscheiden.

* **Landelijke bronnen**, zoals basisregistraties, zijn de bron voor wettelijk aangewezen gegevens.
  * In de praktijk vallen de plaats waar gegevens worden beheerd en de plaats waar zij beschikbaar worden gesteld dus niet altijd samen (zie de optionele scheiding tussen bronhouder en aanbieder). Een bekend voorbeeld is de Basisregistratie Personen (BRP). Gemeenten zijn bronhouder voor persoonsgegevens van ingezetenen, terwijl landelijke voorzieningen deze gegevens beschikbaar stellen aan afnemers. Voor gebruikers vormt deze gegevensdienst de bron, terwijl de verantwoordelijkheid voor de gegevens bij de bronhouder blijft.
* **Gemeentelijke registraties** vormen de bron voor lokale en domeinspecifieke gegevens waarvoor de gemeente de bronhouder is.
  * Ook binnen de gemeentelijke context kunnen de rollen van **bronhouder** en **aanbieder** worden gescheiden. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij Patroon B-implementaties (zie [Patroon B – Hybride implementatie](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/11-toegepaste-patronen.md#patroon-b-hybride-implementatie)). De bronhouder is verantwoordelijk voor de inhoud, kwaliteit en betekenis van de gegevens in de registratie. De aanbieder verzorgt de ontsluiting van deze gegevens via gestandaardiseerde gegevensdiensten, inclusief metadata, autorisatie, notificaties en eventuele intermediaire voorzieningen.
* **Domeinregistraties** zijn gemeentelijke registraties, maar bevatten gegevens die specifiek zijn voor een bepaald beleidsdomeinOngeacht het type bron geldt dat gegevens uitsluitend beschikbaar worden gesteld via gestandaardiseerde gegevensdiensten. Hierdoor kunnen meerdere BusinessServices dezelfde gegevens gebruiken zonder deze te dupliceren.

### De eindigheid van bronnen en brongegevens

Het principe Data bij de bron betekent niet dat data in een bron of registratie onbeperkt blijft bestaan of dat gegevens onbeperkt beschikbaar blijven. Elk gegeven kent een eigen levenscyclus, die wordt bepaald door wet- en regelgeving en de doelbinding waarvoor gegevens zijn verzameld.

Voor registraties binnen het Platform Dienstverlening betekent dit dat gegevens gedurende hun levenscyclus beschikbaar worden gesteld via de bron, maar uiteindelijk:

* Worden vernietigd wanneer daarvoor een wettelijke grondslag bestaat;
* Of, indien de Archiefwet dit voorschrijft, worden overgebracht naar een archiefbewaarplaats voor duurzame bewaring.

Daarnaast geldt dat het beschikbaar stellen van gegevens altijd plaatsvindt binnen de geldende autorisaties, doelbinding en informatieclassificatie. Dat gegevens bij de bron beschikbaar zijn, betekent nadrukkelijk niet dat iedere afnemer toegang heeft tot alle gegevens.

Hieruit volgt dat Data bij de bron niet alleen vraagt om een duidelijke bronregistratie, maar ook om ondersteuning van de volledige informatielevenscyclus, inclusief autorisatie, bewaartermijnen, vernietiging en – waar wettelijk vereist – overbrenging naar een archiefbewaarplaats. De architectuurimplicaties hiervan worden verder uitgewerkt in [Duurzame toegankelijkheid by design](#duurzame-toegankelijkheid-by-design).

### Implicaties voor ontwerp

Het principe **Data bij de bron** heeft directe gevolgen voor de inrichting van bedrijfsprocessen, BusinessServices en applicaties. Bij de ontwikkeling van nieuwe functionaliteit geldt daarom het volgende:

* Bestaande registraties zijn het uitgangspunt voor gegevensgebruik;
* Nieuwe processen introduceren geen eigen gegevensdefinities of gegevensopslag wanneer hiervoor reeds een bronregistratie bestaat;
* Nieuwe gegevensdefinities worden gerealiseerd conform het gemeentelijke begrippenkader en de informatiearchitectuur;
* BusinessServices gebruiken gegevens via de daarvoor aangewezen registraties en dataservices;
* Alleen wanneer bestaande registraties aantoonbaar onvoldoende zijn, wordt een nieuwe registratie geïntroduceerd.

Processen en BusinessServices zijn afnemers van gegevens; registraties zorgen voor het voor het duurzaam beheer daarvan.

### Bronnen buiten de scope van het Platform

Niet alle gemeentelijke gegevens bevinden zich binnen het Platform Dienstverlening. Voor voorzieningen zoals HR-, financiële of andere bedrijfsvoeringssystemen blijft het betreffende systeem de bron voor de gegevens waarvoor het verantwoordelijk is.

Het Platform Dienstverlening neemt deze gegevens niet over, maar gebruikt ze via gestandaardiseerde gegevensdiensten. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:

* De externe registratie blijft de leidende bron;
* Gegevens worden ontsloten via gestandaardiseerde API's of gegevensdiensten;
* BusinessServices gebruiken gegevens via referenties of raadplegingen en voorkomen onnodige duplicatie.

Alleen wanneer synchronisatie noodzakelijk is, bijvoorbeeld vanwege prestaties, beschikbaarheid of wettelijke eisen, mag hiervan worden afgeweken. Daarbij geldt altijd dat:

* De bronrelatie expliciet blijft vastgelegd;
* De externe registratie leidend blijft;
* Geen nieuw bronhouderschap binnen het platform ontstaat;
* Verantwoordelijkheden voor actualiteit, synchronisatie en gegevenskwaliteit expliciet zijn belegd.

## Duurzame toegankelijkheid by design

In traditionele (zaak)systemen bevinden gegevens zich veelal binnen één applicatie. In een Common Ground-architectuur zijn informatieobjecten verdeeld over meerdere zelfstandige registraties en services. Hierdoor verschuift de uitdaging van het archiveren van één applicatie naar het duurzaam toegankelijk houden van een samenhangend netwerk van informatieobjecten.

Een van de architectuurprincipes is [**Principe: Kwaliteit by Design**](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/05-visie-principes-scope.md#principe-kwaliteit-by-design):

> Niet-functionele kwaliteitseisen worden vanaf het ontwerp integraal meegenomen in architectuur, software en dienstverlening. Aspecten zoals informatiebeveiliging, privacy, toegankelijkheid, informatiebeheer, logging, auditing en beheerbaarheid zijn geen afzonderlijke voorzieningen achteraf, maar vormen een integraal onderdeel van iedere platformvoorziening.

Dit sluit aan bij de visie op de digitale overheid, waarin de overheid duurzaam regie moet houden op haar informatie en digitale infrastructuur. Publieke waarden zoals transparantie, uitlegbaarheid, toegankelijkheid en duurzame beschikbaarheid van overheidsinformatie moeten niet afhankelijk zijn van individuele applicaties of leveranciers, maar structureel worden geborgd in de inrichting van het informatiestelsel.

Voor de uitwerking van duurzame toegankelijkheid sluit deze architectuur aan bij het [DUTO-raamwerk](https://www.nationaalarchief.nl/archiveren/kennisbank/duto-raamwerk) van het Nationaal Archief. DUTO beschrijft geen afzonderlijke archiefvoorziening, maar een ontwerpbenadering waarbij informatiesystemen vanaf het ontwerp zodanig worden ingericht dat overheidsinformatie gedurende haar gehele levenscyclus duurzaam toegankelijk blijft. Het raamwerk onderscheidt daarbij de kwaliteitskenmerken vindbaar, beschikbaar, leesbaar, interpreteerbaar, betrouwbaar en toekomstbestendig en werkt deze uit in concrete ontwerpmaatregelen voor informatiesystemen.

Dit onderdeel beperkt zich tot de architectuurimplicaties van duurzame toegankelijkheid binnen een Common Ground-architectuur en onderscheidt daarbij de **architectuur** en de **implementatie**.

### Duurzame toegankelijkheid vanuit de architectuur

Het DUTO-raamwerk onderscheidt vijf informatiebeheerprocessen die gezamenlijk invulling geven aan duurzame toegankelijkheid:

* Registreren;
* Bewaren;
* Migreren;
* Vernietigen;
* Ter beschikking stellen.

Binnen het Platform Dienstverlening worden deze processen niet door één component uitgevoerd, maar verdeeld over meerdere architectuurbouwblokken. Daarmee sluit de architectuur aan op het uitgangspunt dat iedere component verantwoordelijk is voor zijn eigen gegevens en functionaliteit.

De relevante bouwblokken zijn uitgewerkt in de [applicatiearchitectuur](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/08-applicatiearchitectuur.md#architectural-building-blocks-abbs-en-clusters):

* **ABB Registraties** (laag 1) en **ABB Diensten** (laag 2) zijn verantwoordelijk voor het vastleggen, beheren en ontsluiten van informatieobjecten.
* De doorsnijdende **ABB Duurzame toegankelijkheid** ondersteunt de platformbrede informatiebeheerprocessen, zoals lifecyclebeheer, archivering, overbrenging en vernietiging.

  De (applicatie)architectuur van [registraties](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/08-applicatiearchitectuur.md#architectuur-van-registraties) en [API’s](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/08-applicatiearchitectuur.md#architectuur-van-apis) geeft invulling aan een belangrijk deel van de eisen voor duurzame toegankelijkheid. Registraties leggen informatie duurzaam vast, inclusief historie, metadata en gebeurtenissen, terwijl handelingsgedreven API's zorgen voor gecontroleerde mutaties en volledige herleidbaarheid van wijzigingen.

  Maar een gedistribueerde architectuur vraagt om aanvullende functionaliteit en afspraken die in deze versie van de architectuur verder worden uitgewerkt aan de hand van het DUTO-functiemodel.

### Implementatie & DUTO-functiemodel

De DUTO-processen worden verdiept met het [DUTO-functiemodel](https://www.nationaalarchief.nl/archiveren/kennisbank/duto-functiemodel). Dit geeft een handvat om te controleren in hoeverre, en op welke manier, het Platform voldoet aan de gestelde eisen.

| **DUTO-functie**           | **Primaire ABB**                                      | **Toelichting**                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         |
| -------------------------- | ----------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- |
| **F01 Bevriezing**         | ABB Registraties                                      | API’s op registraties dwingen af dat gegevens volgens bedrijfsregels worden vastgezet zodat ze niet meer kunnen worden gewijzigd. De interne logica van Registraties dwingt af dat de registratie van data niet aanpasbaar is, maar dat een mutatie een nieuwe registratie is.                                                                                                                                                                                                                          |
| **F02 Conversie**          | **Niet ingevuld**                                     | <p>In de registraties worden informatie-objecten zo opgeslagen dat ze op diverse wijzen kunnen worden gerepresenteerd, conform doel en doelbinding.</p><p>In de periferie van het platform (zaakbruggen, koppelvlakken) worden door leveranciers wel degelijk conversiefunctionaliteit gerealiseerd om legacy-dataformaten om te zetten naar de standaarden (data <em>in</em> het platform te krijgen). Maar andersom nog niet. Een usecase daarvoor zou overbrenging naar het E-Depot kunnen zijn.</p> |
| **F03 Creatie**            | ABB Processervice, ABB Diensten + ABB Registraties    | Creatie speelt over het hele platform een rol: vanaf formulieren (bepaling van velden, validatie), tot processervices (datamodellen, validatie, procesinrichting; Diensten(API’s) dwingen validatie en constraints af; registraties nemen informatieobjecten duurzaam op.                                                                                                                                                                                                                               |
| **F04 Inwinning**          | ABB Processervices                                    | In de proceslaag worden gegevens opgehaald via gestandaardiseerde API’s van externe bronnen. Ze worden daar gevalideerd; via API’s en configuratie worden de gegevens met de juiste metadata (bron) verwerkt in registraties.                                                                                                                                                                                                                                                                           |
| **F05 Maskering**          | **Niet ingevuld**                                     | In het huidige platform is geen generieke maskeringsfunctionaliteit gerealiseerd. Dat is voor verschillende doeleinden wel nodig.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       |
| **F06 Metagegevensbeheer** | ABB Registraties                                      | Registraties beheren objectmetadata; Hiervoor worden standaarden gevolgd                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                |
| **F07 Opname**             | ABB Registraties                                      | Registraties nemen informatieobjecten duurzaam in beheer.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               |
| **F08 Opslag**             | ABB Registraties                                      | Registraties zijn verantwoordelijk voor duurzame opslag van informatieobjecten. Hier is een vast patroon voor (URN’s)                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   |
| **F09 Publicatie**         | ABB Diensten                                          | Informatie wordt beschikbaar gesteld via gestandaardiseerde dataservices en API's.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      |
| **F10 Representatie**      | ABB Interactieservices                                | Portalen en gebruikersinterfaces tonen informatie aan gebruikers. Dit gaat om diverse services, conform doel(groep) en doelbinding.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     |
| **F11 Toegangsbeheer**     | ABB Autorisatie (AuthZEN/OpenFTV)                     | Platformbrede autorisatie op basis van beleid, attributen en context.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   |
| **F12 Uitwisseling**       | ABB Dataservices + ABB Connectiviteit                 | Machine-to-machine-uitwisseling via API's en FSC.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       |
| **F13 Validatie**          | Crossfunctioneel                                      | Zie F03 – Creatie.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      |
| **F14 Verantwoording**     | (o.a.) ABB Logging Dataverwerkingen, ABB Registraties | Verantwoording ontstaat uit de samenhang tussen registraties (states, events en metadata), het Logboek Dataverwerkingen en de autorisatievoorziening. Samen maken deze bouwblokken beheer en gebruik van informatieobjecten volledig herleidbaar.                                                                                                                                                                                                                                                       |
| **F15 Vernietiging**       | ABB Duurzame toegankelijkheid + ABB Registraties      | De ABB Duurzame toegankelijkheid stelt de recordmanager in staat regie te voeren op vernietiging; registraties voeren de feitelijke verwijdering uit.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   |
| **F16 Zoeken**             | ABB Dataservices + ABB Interactieservices             | Registraties bieden zoekfunctionaliteit via API's; interactieservices ondersteunen gebruikers bij het vinden van informatie.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            |

De mapping laat zien dat een belangrijk deel van de DUTO-functies geheel of gedeeltelijk wordt ingevuld door de referentie-architectuur van het Platform Dienstverlening. Registraties vormen daarbij de primaire bouwsteen voor het duurzaam beheren van informatieobjecten, terwijl diensten, dataservices, autorisatie, logging en connectiviteit gezamenlijk invulling geven aan de overige functies. Duurzame toegankelijkheid wordt daarmee niet gerealiseerd door één afzonderlijke archiefcomponent, maar als een integrale eigenschap van het gehele platform.

Daarbij moet worden opgemerkt dat niet alle architectuurbouwblokken (ABB's) in de huidige referentie-implementatie zijn gerealiseerd. Voorbeelden hiervan zijn de verdere doorontwikkeling van de registraties, de volledige implementatie van het Logboek Dataverwerkingen (LDV) en de realisatie van de OpenFTV/AuthZEN-voorziening.

De volgende capabilities zijn (architectureel) nog geheel of gedeeltelijk uit te werken:

* **Platformbrede maskeringsfunctionaliteit (F05)**\
  Het platform kent nog geen generieke capability voor het dynamisch maskeren of pseudonimiseren van gegevens op basis van doel, context of gebruikersrol.
* **Lifecyclebeheer van informatieobjecten**\
  Platformbrede ondersteuning voor lifecycle-overgangen, zoals archiefstatussen, overbrenging en vernietiging, vraagt verdere standaardisatie. Daarbij moet – waarschijnlijk – ook invulling worden gegeven aan de eisen uit de Archiefwet voor de overbrenging van blijvend te bewaren informatie naar een archiefbewaarplaats (e-depot). De wijze waarop deze overbrenging plaatsvindt, is niet uitgewerkt. Daarbij spelen onder meer vragen over de verantwoordelijkheidsverdeling tussen registraties en archiefvoorzieningen, de benodigde metadata en de vraag of informatieobjecten vóór overbrenging moeten worden geconverteerd, en welke service dat moet doen.
* **Platformbreed metagegevensbeheer**\
  Registraties beheren hun eigen metadata. Verdere uitwerking is nodig voor uniforme archiefmetadata, classificaties, bewaartermijnen en andere lifecyclemetadata conform landelijke standaarden zoals MDTO. Dit wordt ten dele ondervangen in de architectuur van registraties.
* **Duurzame reconstructie van dossiers**\
  Omdat informatieobjecten verspreid zijn over meerdere registraties, is een architectuur nodig waarmee dossiers en andere samenhangende informatie ook op langere termijn volledig en reproduceerbaar kunnen worden samengesteld.
* **Referentie-implementatie van de ABB Duurzame toegankelijkheid**\
  Binnen de huidige referentie-implementatie van het Platform Dienstverlening wordt de ABB Duurzame toegankelijkheid gedeeltelijk ingevuld door de Open Archiefbeheer Beheercomponent (OAB). Deze component richt zich primair op de vernietiging van informatie. OAB geeft slechts een eerste invulling van de ABB Duurzame toegankelijkheid. Verdere doorontwikkeling is noodzakelijk.

De nadruk van bovenstaande inventarisatie ligt nadrukkelijk op de ontwikkeling van architectuurcapabilities. De *organisatorische* inrichting van informatiebeheer, recordmanagement en archiefprocessen valt buiten de scope van deze Enterprise Architectuur en wordt uitgewerkt binnen de daarvoor geldende vakinhoudelijke kaders.

De concrete doorontwikkeling van services (zoals registraties, en OAB) vindt iteratief plaats in samenwerking met de betrokken vakexperts. Hierbij worden de architectuurprincipes uit deze Enterprise Architectuur verfijnd en vertaald naar concrete services, API's, informatiepatronen en implementaties.

### Openbaarheid van overheidsinformatie (Woo)

De [Wet open overheid (Woo)](https://www.rijksoverheid.nl/themas/overheid-en-democratie/wet-open-overheid-woo/hoofdlijnen-woo) heeft als doel de transparantie van de overheid te vergroten door overheidsinformatie actief en passief openbaar te maken. De wet gaat uit van het principe dat overheidsinformatie openbaar is, tenzij een wettelijke uitzonderingsgrond van toepassing is. Daarnaast stelt de Woo eisen aan de digitale informatiehuishouding van overheidsorganisaties, zodat informatie vindbaar, toegankelijk en duurzaam beschikbaar is.

De (informatie)architectuur van het Platform Dienstverlening vormt een belangrijke randvoorwaarde voor de uitvoering van de Woo. De Woo vereist aanvullende functionaliteit, denk hierbij aan het selecteren van openbaar te maken informatie, het toepassen van uitzonderingsgronden, anonimisering of pseudonimisering, publicatie naar landelijke voorzieningen en het ondersteunen van de processen rondom actieve en passieve openbaarmaking.

Binnen de huidige referentiearchitectuur is hiervoor nog geen oplossing aangewezen. Hoewel binnen de Common Ground-gemeenschap voorzieningen zijn ontwikkeld, zoals [OpenWoo](https://www.conduction.nl/solutions/openwoo/) en [de Generieke Publicatievoorziening Woo (GPP-Woo)](https://www.gpp-woo.nl/), maken deze op dit moment nog geen integraal onderdeel uit van het Platform Dienstverlening en bestaat er nog geen gestandaardiseerd integratiepatroon met de overige platformvoorzieningen. Tegelijkertijd wordt landelijk gewerkt aan de [Generieke Woo-voorziening (GWV)](https://www.koopoverheid.nl/voor-overheden/rijksoverheid/open-overheid) voor de gefaseerde invoering van de actieve openbaarmakingsplicht.

De verdere uitwerking van Woo-ondersteuning valt buiten de scope van deze versie van de Enterprise Architectuur. Wel worden de volgende architectuurcapabilities voorzien voor toekomstige ontwikkeling:

* **Platformbrede Woo-capability**, inclusief een architectuurbouwblok voor actieve en passieve openbaarmaking.
* **Gestandaardiseerde koppeling tussen registraties en Woo-voorzieningen**, zodat informatieobjecten inclusief metadata, relaties en context beschikbaar kunnen worden gesteld voor openbaarmaking.
* **Ondersteuning van openbaarmakingsprocessen**, waaronder selectie, beoordeling, anonimisering, publicatie en intrekking.
* **Platformbrede maskeringsfunctionaliteit**, waarmee persoonsgegevens en andere beschermde informatie op basis van wet- en regelgeving, autorisatie en doelbinding automatisch kunnen worden afgeschermd of geanonimiseerd. Deze capability sluit aan op de ABB **Duurzame toegankelijkheid**, waarin generieke ondersteuning voor maskering als ontbrekende functie is geïdentificeerd.
* **Integratie met landelijke Woo-voorzieningen**, waaronder de Generieke Woo-voorziening (GWV) en eventuele opvolgende landelijke publicatievoorzieningen.
* **Samenhang met duurzame toegankelijkheid**, zodat informatie gedurende de gehele levenscyclus zowel archiefwaardig als openbaarmaakbaar blijft.

## Security by Design

Informatiebeveiliging is een randvoorwaarde voor het Platform Dienstverlening. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het voldoen aan de [Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO)](https://www.digitaleoverheid.nl/overzicht-van-alle-onderwerpen/cybersecurity/bio-en-ensia/baseline-informatiebeveiliging-overheid/) en de daarop gebaseerde normen, processen en risicobeheersing. Een volledige toetsing aan de BIO of ISO/NEN 27001 vindt plaats op het niveau van de ingerichte organisatie, de operationele beheerprocessen en de daadwerkelijk geïmplementeerde ICT-omgeving, en valt daarmee buiten de scope van deze Enterprise Architectuur.

Deze architectuur beschrijft uitsluitend de architectonische uitgangspunten voor *Security by Design*: de wijze waarop beveiliging vanaf het ontwerp integraal onderdeel vormt van het Platform Dienstverlening. Hiermee wordt invulling gegeven aan [**Principe: Kwaliteit by Design**](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/05-visie-principes-scope.md#principe-kwaliteit-by-design):

> Niet-functionele kwaliteitseisen worden vanaf het ontwerp integraal meegenomen in architectuur, software en dienstverlening. Aspecten zoals informatiebeveiliging, privacy, toegankelijkheid, informatiebeheer, logging, auditing en beheerbaarheid zijn geen afzonderlijke voorzieningen achteraf, maar vormen een integraal onderdeel van iedere platformvoorziening.

### Platformverantwoordelijkheid security

Het Platform Dienstverlening realiseert een belangrijk deel van de generieke technische beveiligingsvoorzieningen als gemeenschappelijke platformcapabilities. Hierdoor hoeven individuele services deze voorzieningen niet telkens opnieuw te implementeren en ontstaat een uniforme beveiligingsbasis voor het gehele platform.

Deze generieke capabilities worden grotendeels gerealiseerd door de Haven+ infrastructuur, zie onder meer het principe [*Security by default* in de Haven+ architectuur](https://havenplus.commonground.nl/docs/haven-plus-architecture-principles/#ap-06--security-by-default). Hierdoor kunnen ontwikkelteams zich concentreren op de functionele beveiliging van hun eigen services.

### Verantwoordelijkheid van services

De beschikbaarheid van generieke platformvoorzieningen ontslaat de proceseigenaar niet van de eigen verantwoordelijkheid voor de inrichting van de service. Bij iedere implementatie blijft de proceseigenaar verantwoordelijk voor onder andere:

* Correcte autorisatie van bedrijfsfunctionaliteit;
* Rechtmatige verwerking van gegevens;
* Invoervalidatie en bescherming tegen kwetsbaarheden;
* Correcte toepassing van privacy- en informatiebeveiligingsmaatregelen;
* Veilige softwareontwikkeling en onderhoud.

Platformbeveiliging en applicatiebeveiliging vullen elkaar daarmee aan; maar ook bij de uitbesteding van ontwikkeling of beheer blijft de proceseigenaar eindverantwoordelijk.

### Verdere uitwerking

De concrete implementatie van Security by Design wordt in deze Enterprise Architectuur niet verder uitgewerkt. Hiervoor wordt verwezen naar:

* De **Technologiearchitectuur** (Haven+ en platformvoorzieningen);
* De **Aansluitvoorwaarden Platform Dienstverlening**, waarin de technische beveiligings- en ontwikkelvereisten voor platformservices en aangesloten applicaties zijn opgenomen, waaronder eisen aan identity, autorisatie, OpenTelemetry, GitOps, Kubernetes, CI/CD, containerbeveiliging, softwarekwaliteit en releasebeheer;
* De gemeentelijke BIO-governance, waarin risicomanagement, classificatie, incidentmanagement, leveranciersmanagement, auditing en compliance zijn belegd.
* Een Security Handboek waarin de BIO2-beheersmaatregelen voor de relevante domeinen worden uitgewerkt tot concrete beveiligingsstandaarden voor het platform en services. Dit document is in ontwikkeling. Publicatie volgt.

## Data-architectuur

De voorgaande paragrafen beschrijven de informatiekundige uitgangspunten van het Platform Dienstverlening. Zij geven antwoord op vragen als: welke gegevens zijn leidend, wie is verantwoordelijk voor de kwaliteit ervan en hoe blijven gegevens duurzaam toegankelijk?

De data-architectuur bouwt hierop voort en beschrijft de logische inrichting van de gemeentelijke gegevenslaag. Centraal staan de gegevens zelf: de businessobjecten, hun onderlinge relaties, de verdeling over generieke en domeinspecifieke registraties en de aansluiting op het Gemeentelijk Gegevensmodel (GGM). De nadruk ligt daarbij op de structuur en samenhang van gegevens, onafhankelijk van de wijze waarop deze technisch worden geïmplementeerd of ontsloten.

De concrete realisatie van registraties, dataservices, API's en andere softwarecomponenten wordt in het hoofdstuk Applicatiearchitectuur uitgewerkt.

### Scheiding van data en proces

Een fundamenteel uitgangspunt binnen de data-architectuur is de scheiding tussen **gegevens** en **processen**. Gegevens beschrijven de werkelijkheid en hebben een zelfstandige betekenis, onafhankelijk van de processen waarin zij worden gebruikt. Voor duurzame toegankelijkheid blijft de procescontext wel essentieel. Om de herkomst, betekenis en totstandkoming van gegevens te kunnen reconstrueren, moeten de processen waarin gegevens zijn ontstaan, gewijzigd of geraadpleegd expliciet worden vastgelegd en raadpleegbaar blijven.

Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het architectuurprincipe [**Principe: Data bij de bron**](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/05-visie-principes-scope.md#principe-data-bij-de-bron).

Deze scheiding kent twee complementaire dimensies.

* **Verticale scheiding tussen proces en data**
  * BusinessServices en processen gebruiken gegevens uit de daarvoor aangewezen registraties. Gegevens worden niet beheerd binnen processen of applicaties, maar uitsluitend binnen de registraties die daarvoor verantwoordelijk zijn. Hierdoor kunnen dezelfde gegevens door meerdere processen worden gebruikt zonder duplicatie of inconsistentie.
* **Horizontale scheiding tussen registraties**
  * Gemeenschappelijke bedrijfsobjecten, zoals **Klant**, **Zaak**, **Product** en **Plan**, overstijgen individuele processen en beleidsdomeinen. Deze worden daarom ondergebracht in generieke registraties die door meerdere BusinessServices kunnen worden gebruikt.

![](https://3165618758-files.gitbook.io/~/files/v0/b/gitbook-x-prod.appspot.com/o/spaces%2FyuowXXWf7qlEW57gL3V6%2Fuploads%2Fgit-blob-2f79e97343dc107b3a41d8183220e2fb78168126%2Fimage19.png?alt=media)

Daarnaast bestaan domeinspecifieke registraties voor gegevens die uitsluitend binnen een bepaald beleidsdomein relevant zijn. Ook deze registraties worden onafhankelijk van processen beheerd en kunnen door meerdere toepassingen worden hergebruikt, binnen de daarvoor geldende autorisatie- en validatieregels.

Deze inrichting zorgt ervoor dat:

* Gegevens éénmaal en eenduidig worden vastgelegd;
* Semantiek onafhankelijk van processen wordt beheerd;
* BusinessServices en processen onafhankelijk van de gegevensstructuur kunnen evolueren;
* Generieke en domeinspecifieke gegevens op consistente wijze kunnen worden gecombineerd.

De verzameling van generieke registraties, domeinregistraties en hun onderlinge relaties vormt de **gemeentelijke gegevenslaag** van het Platform Dienstverlening.

De concrete realisatie van deze registraties, de ontsluiting via dataservices, API's en events en de onderlinge communicatie tussen softwarecomponenten worden uitgewerkt in de **Applicatiearchitectuur**.

## Soorten data en positionering in de architectuur

Hoewel registraties de gegevensbasis vormen in de architectuur, betekent dit niet dat *alle* data binnen het platform in deze laag thuishoort (en dat is ook niet mogelijk). De volgende vorm van data zijn te onderscheiden.

#### Duurzame gegevens (registratiedata)

Dit zijn gegevens die een duurzame representatie van de werkelijkheid vormen en door meerdere processen en services worden gebruikt. Het gaat om gegevens met een duidelijke betekenis buiten één specifiek proces, die consistent en eenduidig moeten worden beheerd.

* Voorbeelden: personen, zaken, producten, beschikkingen
* Kenmerken: herbruikbaar en leidend voor besluitvorming
* Positionering: vastgelegd in registraties (dataservices) en ontsloten via API’s

Deze gegevens vormen de kern van de gegevenslaag en zijn de primaire bron voor dienstverlening. De informatie over een inwoner en diens situatie is daarbij niet geconcentreerd in één plek, maar verdeeld over meerdere registraties. Zo worden verschillende aspecten van de werkelijkheid afzonderlijk vastgelegd, elk vanuit hun eigen domein:

* Gegevens over de persoon in een klant- of basisregistratie
* Gegevens over producten in de productregistratie
* Gegevens over de voortgang van een zaak in de zaakregistratie

Dit betekent dat de “toestand” van een inwoner of een casus altijd een samenspel is van meerdere gegevensbronnen. Door deze gegevens centraal en per domein te beheren, blijft de informatie onafhankelijk van specifieke applicaties of workflows. Hoe deze data duurzaam wordt geregistreerd is beschreven in [Architectuur van registraties](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/08-applicatiearchitectuur.md#architectuur-van-registraties).

#### Procesdata (workflow- en uitvoeringsdata)

Dit betreft gegevens die nodig zijn om processen uit te voeren, maar die geen zelfstandige betekenis hebben buiten dat proces. Dit gaat bijvoorbeeld om:

* De toestand van het proces zelf: waar zit een case in de workflow, welke stap is actief, welke paden zijn doorlopen.
* Voorbeelden: actieve taak, processtap, wachttijd, routingbeslissing.

Deze data hoort niet in de gegevenslaag thuis en blijft gekoppeld aan de uitvoering van processen, en wordt beheerd binnen proces- of orkestratieservices (bijv. GZAC/Valtimo). Belangrijk is dat bij de configuratie van deze services wordt ingebouwd dat die data vernietigd wordt als het proces stopt.

#### Afgeleide en analytische data

Dit betreft data die wordt samengesteld of afgeleid uit andere gegevens, bijvoorbeeld voor analyse, sturing of rapportage.

* Voorbeelden: dashboards, rapportages, beleidsinformatie, statistieken
* Kenmerken: afgeleid, niet leidend voor operationele processen, vaak gecombineerd uit meerdere bronnen; de informatie kan wel essentieel zijn voor sturing op operationele processen.
* Positionering: beheerd in aparte analyse- of rapportagevoorzieningen

Deze data ondersteunt inzicht en besluitvorming, maar is geen directe bron voor operationele dienstverlening.

#### Positionering van DMN-regels in de architectuur

De inhoud van een DMN-engine (beslisregels, decision tables) moet worden gezien als:

* Herbruikbare, expliciete beslislogica die onderdeel is van de dienstverlening, maar geen representatie van de werkelijkheid zelf.

Om die herbruikbaarheid en consistentie te borgen, worden deze regels ondergebracht in een losstaande rule-engine, die door meerdere services wordt gebruikt. Dit voorkomt dat dezelfde regels op meerdere plekken worden geïmplementeerd en uiteen gaan lopen, en maakt het mogelijk om wijzigingen in beleid of wetgeving gecontroleerd en uniform door te voeren. Zie verder de applicatiearchitectuur.

### Datakwaliteit

Datakwaliteit bepaalt in hoeverre gegevens geschikt zijn voor het doel waarvoor ze worden gebruikt. Het is daarmee geen absolute eigenschap, maar afhankelijk van context: dezelfde data kan voor het ene doel bruikbaar zijn en voor het andere niet.

[ISO/IEC 25012](https://mail.iso25000.com/index.php/en/iso-25000-standards/iso-25012) onderscheidt twee perspectieven: **inherente datakwaliteit** en **systeemafhankelijke datakwaliteit**.

#### Inherente datakwaliteit

Dit betreft de kwaliteit van de data zelf, los van systemen. Deze wordt bepaald bij het modelleren en vastleggen van gegevens.

* Kenmerken: juistheid, volledigheid, consistentie, geloofwaardigheid, actualiteit
* Ontstaat bij: datamodel, definities en keuzes wat wel en niet wordt vastgelegd.

De belangrijkste consequentie is dat datakwaliteit hier begint: gegevens die niet worden gemodelleerd of onjuist worden vastgelegd, kunnen later niet of slechts beperkt worden gecorrigeerd. De kwaliteit hier wordt bepaald door de modellering van proces- en dataservices, die wordt beschreven in [Bedrijfsarchitectuur als schakel tussen platform, inwoner en organisatie](/platform-generieke-dienstverlening-public/enterprisearchitectuur/06-businessarchitectuur.md#bedrijfsarchitectuur-als-schakel-tussen-platform-inwoner-en-organisatie).

#### Systeemafhankelijke (borging van) datakwaliteit

Systeemafhankelijke datakwaliteit betreft de mate waarin systemen de kwaliteit van data borgen tijdens gebruik. Een service-architectuur betekent dat datakwaliteit niet beperkt is tot één service of component, maar het resultaat is van het samenspel tussen services, API’s en registraties tijdens invoer, verwerking en ontsluiting van gegevens:

* **Interactieservices** vormen het eerste punt waar datakwaliteit wordt beïnvloed. Zij begeleiden inwoners en medewerkers bij het invoeren van gegevens, voeren vroegtijdige validaties uit en voorkomen dat onjuiste of onvolledige informatie het systeem binnenkomt.
* **Proces- en businessservices** zorgen vervolgens voor het correcte gebruik en de toepassing van gegevens. Zij combineren informatie uit verschillende bronnen, passen beslislogica toe en waarborgen dat gegevens in de juiste context worden geïnterpreteerd en gebruikt.
* **Registraties (dataservices)** vormen tenslotte de bron van waarheid en borgen de structurele kwaliteit. Zij valideren gegevens bij opslag en mutatie, bewaken consistentie en zorgen voor integriteit binnen het domein.

## Rapportage, datawarehousing & Platform Dienstverlening

Verschillende stakeholders – zoals medewerkers, behandelaren, management, bestuur en externe partners (bijvoorbeeld het CBS) – hebben behoefte aan inzicht in het verloop van processen. Deze informatie is essentieel voor beleidsvorming, het beoordelen van prestaties, het verdelen van werkdruk en het bepalen van urgentie.

### Voorwaarden in ontwerp en architectuur

Een effectieve en betrouwbare ontsluiting van data begint bij de inrichting van de software. Daarbij gelden de volgende randvoorwaarden:

* **Eenduidige en doordachte datamodellering**

  Voorafgaand aan het configureren en bouwen van services en registraties moeten duidelijke keuzes worden gemaakt over datamodellen, entiteiten en relaties. Dit voorkomt interpretatieverschillen en maakt hergebruik van data mogelijk.
* **Consistente procesinrichting en service-interacties**

  Er moet expliciet zijn vastgelegd welke processtappen leiden tot welke servicecalls en welke gegevens in welke registraties worden vastgelegd. Alleen dan ontstaat een betrouwbare en complete datagrondslag voor zowel operationele overzichten als rapportages.
* **Vroegtijdige validatie en testbaarheid**

  Softwareontwikkeling, data-extractie en rapportagevoorzieningen worden integraal en vanaf het begin van het traject ontworpen en gevalideerd. Dit is noodzakelijk om te waarborgen dat data volstaat voor uiteenlopende doeleinden.
* **Documentatie en transparantie**

  Datadefinities, datatypen, eenheden en formaten, herkomst (lineage) en gebruiksdoelen moeten goed worden gedocumenteerd. Dit ondersteunt correct gebruik en voorkomt verschillende interpretaties van dezelfde data.
* **Koppeling met KPI’s en sturingsinformatie**

  De business moet voorafgaand aan de ontwikkeling expliciet aangeven welke KPI’s en controlemechanismen relevant zijn, en hoe die relateren aan het informatiemodel. Op basis daarvan kan worden bepaald:

  * Welke datapunten noodzakelijk zijn
  * Waar in het proces deze worden vastgelegd
  * En hoe deze later ontsloten worden voor rapportage
  * Op basis van welke grondslag.

> Deze aanpak borgt dat data niet achteraf “bij elkaar gezocht” hoeft te worden, maar by design beschikbaar is voor zowel operationele sturing als strategische rapportage.

### Overzichten versus rapportages

Binnen deze informatiebehoefte wordt een fundamenteel onderscheid gemaakt tussen **operationele overzichten** en **rapportages**.

**Operationele overzichten** bieden een actuele, beknopte weergave van gegevens in tabel- of lijstvorm, zonder historische context of trendanalyse. Ze zijn nadrukkelijk handelingsgericht: het doel is om te sturen op het behalen van doelstellingen in de dagelijkse uitvoering, zoals het binnen termijnen houden van werk, het voorkomen van achterstanden en het tijdig oppakken van urgente zaken.

Deze overzichten ondersteunen direct de workflow en kunnen daarin ook actief worden ingezet, bijvoorbeeld door:

* Het tonen van geprioriteerde werklijsten
* Het zichtbaar maken van urgente of achterstallige dossiers
* Het suggereren van eerstvolgende acties of op te pakken werk
* Het bieden van inzicht in werkvoorraden en capaciteit.

Operationele overzichten manifesteren zich in de praktijk als lijstwerk, werkschermen en lichte dashboarding binnen applicaties. Ze zijn daarmee een integraal onderdeel van de uitvoering en operationele sturing.

**Operationele overzichten** zijn onderdeel van de **processervices** (of ‘taakapplicaties). Dit is de plek waar het werk daadwerkelijk wordt uitgevoerd en waar beslissingen over prioritering en werkverdeling worden genomen. Dit betekent dat bij het ontwerp en de implementatie van processervices expliciet rekening moet worden gehouden met de beschikbaarheid van actuele, direct bruikbare data in de juiste vorm, zodat applicaties (zoals GZAC) deze informatie kunnen gebruiken binnen de workflow.

**Rapportages** daarentegen voorzien in tactische en strategische sturingsinformatie. Zij bieden inzicht in KPI’s, historische ontwikkelingen, trends en prestaties over langere perioden. Rapportages combineren gegevens uit meerdere processen en bronnen en maken analyse en verantwoording mogelijk. Daarmee dienen zij een wezenlijk ander doel dan operationele overzichten en zijn zij nadrukkelijk geen onderdeel van de operationele procesondersteuning.

Binnen de referentie-architectuur worden rapportages gerealiseerd via een afzonderlijke **rapportageketen (datawarehouse)**. In deze keten wordt data uit verschillende bronservices verzameld, gevalideerd, getransformeerd en geïntegreerd. Vervolgens wordt deze data ontsloten in een vorm die geschikt is voor analyse, dashboards en managementinformatie.

Deze scheiding borgt dat:

* Operationele processen beschikken over actuele, handelingsgerichte en workflow-ondersteunende informatie
* Rapportagevoorzieningen kunnen optimaliseren voor consistentie, historie en analysemogelijkheden.

### Omgang met persoonsgegevens (PII)

Persoonsgegevens worden verwerkt conform de beginselen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Deze beginselen worden binnen het Platform Dienstverlening vanaf het ontwerp toegepast (*privacy by design*).

* **Rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie**\
  Persoonsgegevens worden uitsluitend verwerkt op basis van een geldige wettelijke grondslag. De verwerking is transparant, herleidbaar en uitlegbaar voor inwoners.
* **Doelbinding**\
  Persoonsgegevens worden uitsluitend verwerkt voor een expliciet omschreven en gerechtvaardigd doel. Hergebruik voor andere doeleinden vindt alleen plaats wanneer hiervoor een rechtmatige grondslag bestaat.
* **Dataminimalisatie**\
  Alleen persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor het beoogde doel worden verwerkt. Voor rapportages en analyses wordt waar mogelijk gebruikgemaakt van geaggregeerde, gepseudonimiseerde of geanonimiseerde gegevens.
* **Juistheid**\
  Persoonsgegevens worden beheerd bij de aangewezen bron en waar nodig geactualiseerd. BusinessServices gebruiken brongegevens en voorkomen onnodige duplicatie, zodat de kwaliteit van gegevens behouden blijft.
* **Opslagbeperking**\
  Persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk. Bewaartermijnen, vernietiging en – waar wettelijk vereist – overbrenging worden ondersteund door de generieke voorzieningen voor duurzame toegankelijkheid.
* **Integriteit en vertrouwelijkheid**\
  Persoonsgegevens worden passend beschermd tegen ongeautoriseerde toegang, wijziging of verlies. Gevoelige gegevens worden standaard versleuteld opgeslagen en beveiligd tijdens transport. Toegang vindt uitsluitend plaats op basis van expliciete autorisatie, waarbij logging en auditing integraal onderdeel zijn van de architectuur.

#### Dataminimalisatie en doelbinding

Persoonsgegevens worden uitsluitend verwerkt voor een expliciet gedefinieerd en rechtmatig doel en beperkt tot wat daarvoor noodzakelijk is. Voor rapportagedoeleinden wordt kritisch beoordeeld of persoonsgegevens überhaupt nodig zijn; waar mogelijk wordt gewerkt met geaggregeerde, gepseudonimiseerde of geanonimiseerde gegevens. Persoonsgegevens worden standaard versleuteld opgeslagen en uitsluitend ontsloten aan geautoriseerde gebruikers en services overeenkomstig de geldende autorisatie- en beveiligingskaders.

#### Scheiding tussen operationeel en analytisch gebruik

PII wordt primair verwerkt binnen operationele systemen (processervices). In de rapportageketen (datawarehouse) wordt het gebruik van direct herleidbare persoonsgegevens vermeden.

#### Pseudonimisering en anonimisering

Indien persoonsgegevens noodzakelijk zijn voor analyse, worden deze bij voorkeur gepseudonimiseerd (bijv. via sleutels of hashing). Het platform voorziet nog niet in deze functionaliteit, en die ligt momenteel dus extern (in deze context bij de gemeentelijke datavoorziening).

#### Toegangsbeheer en autorisatie

Toegang tot datasets met PII is strikt gereguleerd en gebaseerd op rollen en noodzaak (need-to-know). Analytische omgevingen maken gebruik van fijnmazige autorisatie, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen gebruikersgroepen (bijv. operationeel, analytisch, extern).

#### Dataretentie en lifecycle management

Ook voor persoonsgegevens worden duidelijke bewaartermijnen gehanteerd. In analytische omgevingen worden gegevens niet langer bewaard dan noodzakelijk en waar mogelijk tijdig verwijderd of geanonimiseerd.

#### Gebruik van testdata

In ontwikkel- en testomgevingen wordt geen gebruik gemaakt van echte persoonsgegevens. Er wordt gewerkt met synthetische of geanonimiseerde datasets.

### Exports voor externe partijen (bijv. CBS)

Gemeenten moeten in sommige context rapportages over hun processen aanleveren bij gerelateerde instanties, zoals het CBS (voorbeeld: <https://www.cbs.nl/nl-nl/deelnemers-enquetes/decentrale-overheden/overzicht/wet-inburgering>). Dit verplicht gemeenten om maandelijks een CSV-bestand aan te leveren met een snapshot van alle personen binnen een proces, inclusief PII (persoonsgegevens) en statusinformatie.

#### Positionering in de architectuur

De CBS-aanlevering wordt gepositioneerd binnen de rapportageketen (datawarehouse) en nadrukkelijk niet binnen de operationele processervices. Dit voorkomt dat:

* Operationele systemen worden belast met extractielogica
* Er ongecontroleerde extracties van persoonsgegevens plaatsvinden.

Het datawarehouse fungeert als de enige bron (“single point of truth”) voor de samenstelling van de CBS-levering.

#### Inrichting van de dataflow

De aanbevolen inrichting bestaat uit de volgende stappen:

1. **Bronregistratie (processervices / registraties)** Gegevens worden vastgelegd conform procesinrichting, inclusief relevante statussen en (noodzakelijke) persoonsgegevens.
2. **Ontsluiting naar datawarehouse** Data wordt via replica’s ontsloten naar het datawarehouse.Binnen Haven+ is dat CloudNativePG-kopie, die structureel up-to-date wordt gehouden en een parallelle bron geeft voor ander type (bulk) bevragingen.
3. **Historisering en peildatumlogica** In het datawarehouse wordt expliciet voorzien in:

* Historisering van statussen
* Het kunnen bepalen van een peildatum (snapshotdatum)
* Reproduceerbaarheid van eerdere snapshots.

4. **CBS-specifieke datamart / extractielaag** Er worden aparte, logisch afgebakende datasets ingericht waarin:

* Alleen de voor CBS benodigde velden worden opgenomen
* Datadefinities expliciet zijn vastgelegd conform CBS-specificaties
* Transformaties (bijv. coderingen, afleidingen) eenduidig plaatsvinden.

5. **Generatie van de CSV (geautomatiseerd)** De maandelijkse levering wordt volledig geautomatiseerd:

* Selectie op basis van peildatum
* Export naar CSV-formaat conform CBS-specificaties.

#### Gescheiden verwerkingszone

Richt ook binnen het datawarehouse een afgeschermde zone in voor datasets met PII die bestemd zijn voor externe levering. Toegang tot de CBS-dataset en extractieprocessen is beperkt tot een zeer kleine, geautoriseerde groep. Elke extractie en levering wordt gemonitord en gelogd, conform de eisen die [BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid)](https://www.bio-overheid.nl/bio2/bio-producten/baseline-informatiebeveiliging-overheid-2-bio2/) stelt.

Overweeg om de deze aanlevering te positioneren als een gestandaardiseerd dataproduct binnen de organisatie:

* Met een duidelijke eigenaar
* Met expliciete SLA’s (tijdigheid, kwaliteit) en
* Met vaste definities.

### Ontsluiten van data voor rapportage

Binnen de huidige Common Ground-implementaties stellen registraties primair operationele API’s beschikbaar. Deze API’s zijn ontworpen voor transactieverwerking en het ondersteunen van processtappen binnen applicatieprocessen. Hoewel deze API’s technisch gebruikt kunnen worden voor het vullen van een landing zone of datawarehouse (bijvoorbeeld door middel van iteratief ophalen/looping), is dit vanuit architectuur- en performanceperspectief niet optimaal. Dit leidt tot onnodige belasting van bronsystemen, inefficiënte dataverwerking en verhoogde complexiteit in dataplatformen.

Om datagebruik beter te faciliteren, wordt binnen Haven+ voorzien in alternatieve ontsluitingsmechanismen. Zo worden via CloudNativePG replica-databases beschikbaar gesteld.

CloudNativePG is een Kubernetes-operator voor PostgreSQL die het mogelijk maakt om databases als schaalbare en beheersbare cloud-native workloads te draaien. Hierbij worden primaire databases (de operationele registraties) automatisch gerepliceerd naar één of meerdere read-replica’s. Deze replica’s worden continu gesynchroniseerd via streaming replication en bevatten daardoor een (near) real-time afspiegeling van de brondatasets.

Door deze architectuur ontstaat een duidelijke scheiding tussen:

* **Transactionele belasting** op de primaire databases (ten behoeve van procesvoering en API’s)
* **Analytische belasting** op de replica’s (ten behoeve van rapportage en data-analyse).

De replica-databases zijn specifiek bedoeld voor analytische doeleinden en worden ontsloten voor datateams binnen gemeenten. Zij kunnen hierop eigen queries uitvoeren, datasets samenstellen en data extraheren voor verdere verwerking in bijvoorbeeld een datawarehouse of dataplatform, zonder impact op de performance, stabiliteit en beschikbaarheid van de operationele processen en API’s.

Daarnaast voorziet de roadmap van Common Ground-registraties in uitbreidingen waarmee data efficiënter en doelgerichter ontsloten kan worden voor analyse- en rapportagedoeleinden. Hiervoor zijn verschillende implementatievarianten mogelijk:

* **Bulk Data API (Data API)** Een API gericht op het in één keer ontsluiten van volledige datasets of relevante deelverzamelingen (bijvoorbeeld per domein of periode). Dit voorkomt inefficiënte looping en maakt initiële vulling van een datawarehouse eenvoudiger en betrouwbaarder.
* **Delta API (wijzigingen sinds tijdstip X)** Een API die uitsluitend mutaties (inserts, updates, deletes) sinds een bepaald moment retourneert. Dit ondersteunt efficiënte incrementele laadprocessen en sluit aan bij gangbare datawarehouse-principes zoals change data capture (CDC).
* **Event-driven ontsluiting (event streams / notificaties)** Registraties publiceren gebeurtenissen (events) bij wijzigingen, bijvoorbeeld via messaging of event streaming (zoals Kafka-achtige patronen). Dataplatformen kunnen deze events consumeren en verwerken tot analytische datasets.
* **Voorgedefinieerde extracties / ETL-services** Door de leverancier of infrastructuur aangeboden extracties (bijvoorbeeld periodieke dumps of downloadbare datasets) die met minimale inspanning kunnen worden ingeladen in een datawarehouse.

![](https://3165618758-files.gitbook.io/~/files/v0/b/gitbook-x-prod.appspot.com/o/spaces%2FyuowXXWf7qlEW57gL3V6%2Fuploads%2Fgit-blob-449f61ad469d5f4a4e3bb2235b7e0fcb145a16f1%2Fimage20.png?alt=media)
